Op donderdagavond 23 april 2026 maakt poppodium Mezz in Breda zich klaar voor de komst van de Amsterdamse punkband Ploegendienst. Voor de alternatieve scene in de stad is dit geen doorsneeavond, want de band is niet onbekend. In 2018, vlak na de release van “Schiphol“, liet de band tijdens het Surf & Turffestival indruk achter bij Pier15 en kwam vaker terug. In 2023 stond Ploegendienst in de kleine zaal in Breda, maar vult nu de Jupilerzaal. Vanavond staat in het teken van hun nieuwe album “GEEN TITEL”, en is Cést qui mee als supportact.
Het snelgroeiende C’est qui toont woede, drive en een koebel
Mezz opent haar deuren om 19:30 uur en de vroege bezoekers drinken iets bij het aansluitende café of spieken alvast bij de merch. De Jupilerzaal vult zich voor de Utrechtse punkband C’est qui, die pas anderhalf jaar bestaat, maar door succes tijdens Popronde 2025 nu een voltourende band is. Om 20:10 uur betreden drie personen het podium. Bassist Otje en drummer Lender starten een stevige intro, terwijl gitarist Kiki een opbouwend, semipsychedelisch geluid toevoegt. Vocalist Jazz voegt zich bij hen met haar boze, hoge stemgeluid. De lompe bas- en gitaarriffs zijn echt het garagegeluid. Het tempo verandert vaak.
Jazz haalt halverwege de set een koebel tevoorschijn en begint hier hard op te slaan, terwijl Kiki’s gitaargeluid alle kanten op gaat. Er moet een koebelfenomeen bestaan, want op een publiek werkt het altijd als catnip. De langverwachte moshpit ontstaat en bij “Filthy Hands” wordt flink meegezongen. De debuutsingle staat op het feministische compilatiealbum “Girls to the Front”. C’est qui maakt zich hard tegen vrouwenhaat en femicide en roept de zaal op dit ook te doen. Ze oppert een “girly pit” tijdens hun nieuwe single “WTHW“, die stompende baslijnen en scherpe teksten bevat over de “World That Hates Women“. C’est qui is ook kritisch over genocide en eindigt hun set daarom met “Piles of Bones“. Bij dit nummer is de woede en energie te voelen, en lijken de muzikanten helemaal los te komen. Met dit hoogtepunt laten ze een publiek achter dat naar meer verlangt. Met zo’n drive en doorbraak krijgen we ongetwijfeld nog meer te zien van C’est qui.
Ploegendienst beukt overal heen en “GEEN TITEL“, kan overal mee
De opgewarmde en volle Jupilerzaal is klaar voor Ploegendienst. Die kennen we als een band die harde, korte tracks op je afvuurt en een brute moshpit garandeert. Er leeft een verwachting dat de show anders zou zijn door de nieuwe nummers van “GEEN TITEL“, maar het publiek is vooral benieuwd. Om 21:15 uur komen de punkers het podium op, waar ze gelijk “AFGROND” inzetten. Vanaf de eerste seconden wordt er gesprongen, gemosht en zelfs wat meegezongen bij de uptempo punktrack. Hierna knalt de band de harde, korte “Paranoia” de zaal in. Het nummer “Interessent” is een samenwerking met Spinvis en een meezinger. De afwisseling tussen nieuwe en oude nummers werkt super. Je hoort live dat het geluid van het nieuwe album wat breder is dan ouder werk. Frontman Ray Fuego heeft na zes nummers de setlist alweer veranderd en de bandleden plagen elkaar. De harde track “KZEGGWN!” schreeuwen vele liefhebbers woord voor woord mee, waarvan de helft ook nog de brute moshpit aan het overleven is. In de eerste boodschap die de frontman geeft, zegt hij dat hij vaak in conflict is, maar dat dat op dit moment verwarrend is. De zanger vraagt zich hardop af: “Hoe is dat mogelijk, als ik het zo leuk heb hier?” Na deze uitspraak begint “CONFLICT“, een nummer met een rock-‘n-rolluitstraling.
“TJAWA” gaat over Fuego’s nieuwe uitlaatklep, die hij aan het einde van het nummer demonstreert door push-ups te doen, terwijl hij de laatste tekst in de microfoon hijgt. Na het verhaal achter dit nummer daagt het publiek hem uit om het nog een keer te doen. Fuego kijkt de band aan: “Nog een keer ‘TJAWA‘?” Het nummer speelt nog een keer. Hierna dreunt de herkenbare riff van “Schiphol” door de zaal. Het is Ploegendienst’s eerste single van meer dan zeven jaar geleden. De pit is volledige chaos en de stagedivers dragen hieraan bij. De band pakt door met “Pikkie in me Sok“, de opvolger van “Schiphol“. Het nummer duurt ongeveer één minuut en verandert meer dan tien keer van tempo. De band gaat af, het publiek juicht, Ploegendienst is terug met een toegift.
De toegift begint met de albumopener “ASFALT“. Met hiervoor de twee ruigste nummers is dit een contrast. Maar het valt gelijk op hoe goed het gitaarwerk is ingezet en het nummer opbouwt. Zanger Fuego haalt ook niet uit, maar spreekt ritmisch met een extra rauwe stem. Het past allemaal: “ASFALT” is een supergaaf postpunknummer à la Viagra Boys. Maar dan is het tijd voor twee ijzersterke hardcorepunktracks van Ploegendienst’s debuutalbum “IK“. De extra ruige “Rattekop” kent iedereen woord voor woord. Fuego vertrouwt halverwege zijn fans om de tekst in de microfoon te schreeuwen. Hierna volgt het nummer “IK“, wat een hele goeie afsluiter is: hij is hard en gaat over zelfreflectie. In de tekst herhaalt het woord “ik” zich vaak en snel. De frontman houdt opnieuw de microfoon op en hij moet al snel lachen, omdat het niemand lukt dit stuk te timen. Het is een warme interactie. Nadat Fuego zegt dat we hem kunnen vinden bij de merch, treedt Poegendienst onder een groot applaus af.
Kwetsbaarheid is kracht achter de boodschap van woede
Ploegendienst laat in Mezz zien dat ze nog kunnen slopen, maar dat “GEEN TITEL” een verhaal vertelt. Met “AFGROND” nemen ze het publiek vanaf het eerste moment mee en laten ze zien dat oude en nieuwe muziek samen op één setlist past. Met “ASFALT” verkent de band een andere richting dan het bekende. Ray Fuego laat met het gebruik van zijn zachte en kwetsbare stem zien dat een boodschap zo ook te horen is. Ploegendienst bewijst dat punk niet alleen woede is, maar ook groei en kwetsbaarheid.
