De week wordt lekker door midden gebroken in Tilburg met de co-headlineshow van Broadside en Hands Like Houses. De bands staan op woensdag 20 mei 2026 op het podium van Hall Of Fame. Met de Tilburgse band Pacemaker in het voorprogramma belooft het een avond vol alternatieve rock te worden.
Pacemaker krijgt de taak om de avond te openen. De Tilburgse band laat vanaf het begin horen dat het muzikaal allemaal goed in elkaar zit. Vooral drummer Joris Pabor speelt opvallend strak maar relaxt. Hij speelt interessante ritmes die de nummers net wat extra’s geven. Ook de afwisseling tussen screams en clean vocals werkt goed. Toch lijkt Pacemaker vanavond moeite te hebben om echt contact te maken met de zaal en het publiek mee te krijgen. Wanneer blijkt dat één van de bandleden jarig is en er een korte happy birthday-tune wordt ingezet, lijkt de band daar zelf vooral veel plezier in te hebben. Het publiek kijkt vooral wat ongemakkelijk toe.
Dat gevoel van afstand blijft eigenlijk gedurende de hele set hangen. De zangeres draait tijdens sommige vocale afwisselingen met gitarist Noah Schram haar rug naar een deel van de zaal. Het publiek blijft vrij rustig en het contact voelt soms zelfs wat onwennig. Dat is jammer, want muzikaal staat Pacemaker absoluut stevig. De band heeft duidelijk potentie, maar mist vanavond nog nét die entertainmentwaarde en overtuiging om het publiek echt mee te krijgen.
Een kwartier na de laatste noten van Pacemaker opent Broadside hun set met een van hun nieuwe nummers: “I Think They Know“. Wat direct opvalt is dat er een flinke galm staat op de microfoon van frontman Ollie Baxter. Bij sommige nummers klinkt het daardoor alsof hij ergens achterin een enorme fabriekshal staat te zingen. Dit zorgt vooral dat bepaalde teksten minder goed binnenkomen.
De setlist bestaat vanavond uit een fijne mix van oud en nieuw werk, waarbij vooral oudere nummers als “Dazed & Confused“, “Laps Around a Picture Frame” en uiteraard “Coffee Talk” voor herkenning zorgen. Vooral dat laatste nummer wordt uit volle borst meegezongen door het publiek. Toch voelt het optreden soms wat nonchalant aan. Baxter lijkt zich prima te vermaken op het podium, maar zoekt weinig echte interactie. Tijdens “Coffee Talk” laat hij grote delen van de zangpartijen door het publiek zingen. Dat werkt logisch bij zo’n bekende track, maar tegelijkertijd voelt het alsof hij zelf wel een beetje klaar is met het nummer. En juist dat doet eerder afbreuk aan de performance dan dat het extra energie oplevert.
Dat betekent overigens niet dat de band ongeïnteresseerd oogt. Tussen de nummers door is er ruimte voor een grapje of een korte speech. Ook passen de nieuwe tracks verrassend goed tussen het oudere werk en het laat horen dat Broadside muzikaal nog steeds doorontwikkelt. Richting het einde van de set komt er bovendien wat meer urgentie in de performance. “The Raging Sea” wordt merkbaar intenser gebracht en laat overduidelijk emotie horen. Uiteindelijk sluit Broadside af met “Foolish Believer“, wat een sterke en energieke afsluiter blijkt. Tijdens dit nummer wisselen bassist Pat Diaz en gitarist Domenic Reid van instrument, wat voor een tof moment zorgt op het podium. De band zet zonder twijfel een lekkere set neer, maar echt memorabel wordt het nergens.
Hands Like Houses gooit het vervolgens over een compleet andere boeg. Een strak lichtplan, visuals en een sterke performance vullen het muzikale geweld van de band aan. Frontman Josh Raven weet meteen de aandacht naar zich toe te trekken. Niet alleen door zijn vocals, maar vooral door zijn constante interactie met het publiek. Tijdens het vierde nummer van de set, “ICU“, stapt hij zelfs het podium af met microfoon én standaard om het nummer midden in de zaal te zingen. Vrijwel direct ontstaat er een kleine moshpit en beginnen mensen om hem heen mee te springen. Voor het eerst vanavond voelt de zaal echt als één geheel en de energie in Hall of Fame schiet omhoog. Na dit nummer krijgt drummer Matt Parkitny ruimte voor een heerlijk strakke drumsolo, wat weer een extra dimensie aan de show geeft tegenover het aanzetten van de plaat.
Hands Like Houses laat ook meerdere nieuwe nummers horen van de EP die twee dagen later verschijnt, waaronder “Lótus“, “Flowers” en “DEAD“. Vooral tijdens dat laatste nummer wordt duidelijk hoe veelzijdig de stem van Raven eigenlijk is. Cleane vocalen worden zonder moeite afgewisseld met krachtige screams en hoge uithalen die loepzuiver de zaal in worden geslingerd. De rest van de band ondersteunt dat met een energieke performance waarbij geen moment wordt stilgestaan. Het tempo ligt hoog vanavond.
Een minpuntje is wel de uitvoering van Chris Isaak’s “Wicked Game“. Raven zingt de eerste helft van deze cover met een backingtrack terwijl de rest van de band het podium heeft verlaten. In een set van één uur mag je toch eigenlijk wel verwachten dat deze onderbreking niet nodig is. Raven krijgt namelijk het publiek ook moeiteloos de hele avond mee – op één meisje op de eerste rij na dan. Zelfs na persoonlijke aanmoediging van de zanger blijft ze stokstijf staan. Bij “Paradise” leert de zanger het publiek de regel “I’m doing just fine” mee te zingen. En wat hij vraagt, krijgt hij ook direct terug. De zaal zingt luid mee terwijl de rest van de band het publiek verder opjut met hun energieke performance.
‘Best for last’ is performance-technisch vanavond absoluut waar. Hands Like Houses weet precies hoe je een publiek entertaint: met sterke songs, bakken energie en een frontman die moeiteloos een zaal in beweging krijgt. Daarmee trekken zij uiteindelijk overtuigend aan het langste eind van deze co-headlineavond in Tilburg.
