Dead Poet Society duikt meeslepend nieuw hoofdstuk in met “Monarch”

Het uit Los Angeles afkomstige Dead Poet Society staat bekend om een sterk eigen geluid binnen de alternatieve rock en laat zich niet leiden door populaire stromingen van het moment. Na de eerste twee platen brengt de band op 2 oktober 2026 via Spinefarm hun nieuwe wapenfeit uit: “Monarch“. De productie lag in handen van Mutemath-frontman Paul Meany, die eerder samenwerkte met twenty one pilots en Pierce the Veil. Grammy Award-winnaar Adam Hawkins was verantwoordelijk voor de mix van het schijfje. De verwachtingen zijn dus wel torenhoog te noemen, maar maakt “Monarch” dit ook waar?

Het antwoord op die vraag wordt vanaf de allereerste track eigenlijk overtuigend gegeven. Albumopener “Hollywood On Fire” legt de lat meteen extreem hoog. Het nummer begint met de kenmerkende hoge vocalen van zanger Jack Underkofler en een melodie die zijn stem naadloos volgt. Net voor het nummer een halve minuut onderweg is, knallen de bas en drums er meedogenloos in. Als je dit luistert met een goede noise cancelling koptelefoon word je helemaal meegenomen; je eerste gedachte zodra die bas invalt kan bijna alleen maar “holy shit” zijn. De baslijn heeft die typische Dead Poet Society-toon zonder dat het een herhaling is. “Hollywood On Fire” ontpopt zich tot een complete achtbaan. A capella vocalen maken de inval van de volledige band nóg dikker. In de bridge valt een stilte, gevolgd door een ademhaling die klinkt alsof iemand net uit een paniekaanval of huilbui komt. Kippenvel! Aangevuld met een mee te schreeuwen “eyohoo” en de tekst “Dance with me” is dit simpelweg een weergaloze opening te noemen.

“Monarch” vervolgt zijn weg met een aantal tracks waarin de band slim speelt met zwaarte en details. De eerder uitgebrachte single “Roach” en de track “Die If You Don’t” laten zien hoe sterk de ritmesectie is. “Roach” overtuigt met dikke baslijnen, zware drums, distortion gitaren en nonchalante vocalen die ergens tussen zang en rap in hangen. Waar het instrumentale stuk in eerste instantie eenvoudig oogt, ontdek je bij goed luisteren subtiele drumfills en ademhalingen. Bij “Die If You Don’t” lijkt het alsof de zang en instrumentatie telkens op een andere tempo zitten. Wanneer Underkolfer’s zang versnelt, voelt de begeleiding juist meer laid-back en dat geeft een verfrissend effect.

Die eigenzinnige aanpak zien we ook terug op de single “Sinner System”, die opent met een strakke metronoom-beat en de aangrijpende tekst “I wanna use you as much as I want”. De track ademt een rauwe stonerrockvibe en durft af te sluiten met een instrumentale outro van ruim één minuut. Het is gewaagd om dit bij een single te doen, al missen ze hier wel de kans om die outro vloeiend te laten overlopen in de volgende track. Dat was voor de totale luistersessie van het album zeker een aanwinst geweest.

In het middendeel van het album ontstaat een fijne balans tussen rust en urgentie. De wat rustigere track “Lost” snijdt thematisch de zoektocht naar jezelf aan met tekstregels als “Everyone finds their place” en “I got lost in my head and I don’t know myself again”. Vervolgens gaat de track over in het opbouwende “Cold”, waarin de wanhoop doorklinkt met “I didn’t mean it. How did I become so cold?”. Tijdens de bridge klinkt een strakke gitaarriff die je zelfs wilt meezingen. Dead Poet Society schakelt opnieuw moeiteloos over, dit keer naar het dansbare “Dead On the Inside”. Met een baslijn die een duidelijke ‘main character energy’ heeft, verwerkt de track disco-achtige invloeden in een flinke dosis rock.

Richting het einde verrast de band door hun voeten te dippen in iets dat meer klinkt richting de surferrock met “Miami for the weekend”. De zonnige vibe staat in een bizar contrast met de donkere tekst: “Who just put this fucking gun in my hand? I’m just in Miami for the weekend. I don’t wanna do this, can we leave now? Pull the fucking trigger like a man now”. Ergens herinnert het aan het geluid van hun album “Fission”. De track geeft een heerlijke afwisseling, waarna het jachtige “Get Hot” met een behoorlijke snelheid en speelse vocalen doordendert. Na de korte, vervreemdende intro van “The Park” met een vals muziekdoosje en kinderstemmen, volgt de ingetogen afsluiter “The Art Of Suffering”. Met een serene gitaarriff, elektronische echo’s en vlagen die doen denken aan Muse, brengt het meezingriedeltje “eyoyoyoyo what a beautiful thing” een prachtig rustpunt. Live gaat dit gegarandeerd voor kippenvel zorgen.

Met “Monarch” levert Dead Poet Society een uitstekend album. Wat de band op deze plaat weer ontzettend goed doet, is spelen met leegte: ze durven nummers open te laten en niet helemaal dicht te metselen. Hierdoor komt het gevoel van een track maximaal binnen. Hoewel de zang van Underkofler soms wat lastig te verstaan is en veel tracks in de basis dezelfde sound delen, is dit een plaat waar je in moet duiken om alle variaties te ontdekken. Het geluid is totaal anders dan op de twee eerdere albums, maar klinkt nog steeds onmiskenbaar als Dead Poet Society. Het voelt als een nieuw hoofdstuk dat naadloos tussen het oudere werk op de setlist gaat passen.

Beoordeling: 8/10
Releasedatum: 2 oktober 2026
Label: Spinefarm / PIAS